Magnetisme

                                (Magnetostatica)

De oude Grieken kende reeds magneten. Zij wisten dat stukjes ijzererts (magnetiet) de eigenschap hadden om stukjes ijzer aan te trekken. In het begin van de 12e eeuw ontdekten de Chinezen dat een stukje magnetiet opgehangen aan een draadje, zich altijd naar het noorden of zuiden richtte. Aan het einde van dezelfde eeuw gebruikten Europese schepen dit eenvoudige kompas als hulp bij navigatie.

In de 16e eeuw ontdekte de natuurkundige William Gilbert dat de eigenschappen van het magnetiet op een ander stuk ijzer overgebracht konden worden door het met magnetiet te wrijven.

Het verband tussen magnetisme en elektriciteit werd het eerst onderzocht door de Deense natuurkundige Hans Oersted (1819). Hij ontdekte dat een stroomvoerende draad de naald van een kompas beïnvloede, het verschijnsel werd later door Ampère (1823) wiskundige onderbouwd.

Inhoud

Willam Gilbert

krachten tussen stromende ladingen

    wet van Ampere

    magnetische constante, permeabiliteit

    lorentzkracht

    ionenversnellers, cyclotron, synchrotron

       massaspectrografie

magnetische veld

    Veldlijnen en krachtlijnen           

    Magnetische veldsterkte

    Magnetische inductie, B

    Vectorpotentiaal

    Magnetische flux

    Derde integraalwet van Maxwell

    Vierde integraalwet van Maxwell

    De wet van Biot en Savart (Laplace)  

  Scheidingsvlakken

    Gedrag van krachtlijnen

    De magnetische inductie

    De dielektrische verplaatsing

  Magnetische modelen

    De rechte geleider

    Toroïde

    Lange spoelen

    Platte spoel

    De elektromagneet

  Magnetisch dipoolmoment  

  Circelvormige stroom op grote afstand

  Atomair paramagnetisme

  Magnetisatie